Nieuwsbericht

Rob Bruin krijgt kippenvel van zijn nieuwe baan

Rob Bruin (foto: Arco van der Lee)

“Heel erg uniek”, noemt Rob Bruin zijn nieuwe baan. Vanaf 1 juni is hij koster van de Dorpskerk.

Bruin is de opvolger van Jan van den Oever, die met pensioen is gegaan. Dat hij op deze baan heeft gesolliciteerd, kwam voor veel mensen als een verrassing. “Ik woon hier en ben al heel lang actief voor het Zomer- en WinterFeest. Als deze vacature dan op je pad komt, kan je hem niet voorbij laten gaan”, legt de nieuwe koster uit.

De 51-jarige Bruin werkte de afgelopen twee en een half jaar mee aan de diensten van gemeente Jong en Vrij in Rotterdam. Een deel van het kostersvak kent hij dus al. “Maar daar is de muziekstijl compleet anders”, zegt hij lachend.

In zijn jeugd was Rob Bruin lid van het IJE-koor Overschie. Na het stoppen van dat koor verzorgde hij het geluid voor onder meer de Continental Singers en Discipel. Daarnaast werkte hij bij een direct mail-bedrijf en een technisch bedrijf.

In mei heeft Rob Bruin al langzaam kennis gemaakt met het kosterswerk in de Dorpskerk. Het gesprek voert hij in een keurig pak met stropdas, want er is die dag een bruiloft. De trouwdienst begeleidt hij samen met oud-koster Jan van den Oever (ook al keurig in pak).

“Als ik voor een deel van het werk klaar ben, dan kan ik het overpakken”, zo omschrijft Rob Bruin de inwerkperiode. Hij is blij verrast door het warme contact tussen de bezoekers van de Dorpskerk. Ook verraste het hem dat er in de kerk meer gebeurt dan hij had verwacht, zoals de eetgroep voor ouderen. “Er gebeuren hier echt hele leuke dingen.”

Over de vraag wat het leukste is van de nieuwe baan, hoeft Rob niet lang na te denken. “De klok luiden!”

De nieuwe koster heeft er duidelijk zin in. “Toen ik wist dat ik kans maakte op deze baan kreeg ik gewoon kippenvel op m’n armen. De eerste keer dat ik in de kerkzaal werkte heb ik toch even het orgel aangezet en even aan de toetsen van de piano gezeten. Gewoon even voelen wat er kan. En toen ik boven in de toren stond was dat toch wel een geluksmomentje.”

(tekst en foto: Arco van der Lee)

Ga terug